In 1929 won de Noorse jachtontwerper Johan Anker een wedstrijd van de KSS Gøtenborg voor het ontwerp van een scherp jachtje met twee kooien dat ook geschikt was om deel te nemen aan wedstrijden op het soms ruwe water van de Zweedse westkust. Het werd een jachtje van 9 meter lengte met een torentuig van totaal 20 m2.  Hij noemde dit ontwerp de Dragar (Draak).  Het ontwerp bleek aan de behoefte te voldoen. Als in 1930 was er in Scandinavië een flinke vloot van Noorse, Zweedse en Deense Draken. Via Kiel kwamen de Duitse wedstrijdzeilers in contact met de Draak. Het was de vriendschap tussen de Hamburgse reder Otto Ernst (met Drachen D3) en de Nederlandse jurist Van Benthem van der Bergh die leidde tot de bestelling van de eerste Nederlandse Draak bij een werf in Zweden.